Kleurenblindheid, ook wel kleurenzienstoornis genoemd, betekent dat iemand moeite heeft met het onderscheiden van bepaalde kleuren. De meest voorkomende vorm is rood-groenkleurenblindheid, waarbij rood en groen moeilijk te onderscheiden zijn. Dit komt meestal door een genetische afwijking en treft vaker mannen dan vrouwen. Er bestaat ook blauw-geelkleurenblindheid, maar die is zeldzamer. Volledige kleurenblindheid, waarbij iemand alleen grijstinten ziet, komt bijna niet voor.
Hoe wordt je kleurenblind?

Kleurenblindheid ontstaat meestal door een erfelijke afwijking die de werking van de kegeltjes in het oog beïnvloedt. De meest voorkomende vorm is rood-groenkleurenblindheid, terwijl blauw-geelkleurenblindheid zeldzamer is. Soms kan kleurenblindheid ook veroorzaakt worden door oogziekten, letsel of bepaalde medicatie. Mensen met kleurenblindheid leren vaak kleuren te herkennen op basis van contrasten en patronen. Er bestaan hulpmiddelen zoals speciale brillen en apps die kleuren beter zichtbaar maken. Kleurenblindheid kan worden getest met kleurenzichttesten, zoals de Ishihara-test.
(Doe hier de test)